Vallei van de Herk 

 

                   deelgebied - Meersbeemden

Situering

Het gebied is terug te vinden op de NGI-stafkaart 33/9-10

Volgens het Gewestplan zijn de Meersbeemden volledig in N-gebied (natuurgebied) gelegen

 Topografisch:

de Meersbeemden kent een reliëf van 50-60 meter.

Historiek

De lineaire inkleuring van de oude spoorwegzate Tongeren-St.Truiden vormt een verbinding tussen de gebieden St-Annavallei (Jesseren), Kuttekoven en Meersbeemden (Hoepertingen).

De Meersbeemden maken deel uit van de vallei van de Herk. De vallei heeft hier een duidelijke asymmetrisch profiel.De vallei gelegen aan de linkeroever is relatief breed (enkele honderden meters) en is zacht hellend. De valleiflank aan de rechterzijde is veel smaller (orde van een tiental meters) en is relatief steil.

Geologie en bodem

De Meersbeemden zijn van oudsher bekend om hun natte hooilanden.De ondergrond wordt in de vallei gevormd tot in de mergellaag van Heers. In de vallei zijn de meest voorkomende originele bodemtypen: leem met textuur B  alsmede profielloos (alluvium)

Dit leidt tot een hoge vochtigheidsgraad (vochtklasse F en hoger).

Historiek

In 1985 werd door het toenmalige landschappark de Herk een erfpachtovereenkomst met de stad Borgloon afgesloten voor een perceel van 1 ha 30. Via verder aankopen en huren van gronden zijn de Meerbeemden nu op dit ogenblik zo’n 12 ha 70 (inclusief de oude zate).

De omgeving van de Meersbeemden werd lange tijd beheerst door molenactiviteiten op de Herk.De stroomopwaarts gelegen gronden bleven hierdoor zeer vochtig en bleven lange tijd gebruikt als nat hooiland.Een belangrijk deel van het gebied vertegenwoordigt nu een populierenpopulatie.

Flora en vegetatie

De streek kan op floristisch vlak gerekend worden tot het Brabants district.Ze vertoont veel gelijkenissen met de Brabantse leemstreek.ze onderscheidt zich van andere streken in Limburg door het voorkomen van leemminnaars als heggerank, kruisbes, agrimonie, wilde kardinaalsmuts, kleine maagdenpalm, bos-vergeet-me nietje,gladde ereprijs, moesdistel, zeegroene rus, boszegge en boskortsteel.

De knolsteenbreek en knolboterbloem doen het eveneens zeer goed op de bodems en zijn goede indicatoren voor mesotrofe graslanden.

In de omgeving van het gebied groeien enkele soorten die potentieel ook binnen de belangrijkste flora’s behoren n.l. kattedoorn, karwijselie, ruige weegbree, geel walstro, moerasstreepzaad.

Fauna

Vogels

De koepelvereniging LIKONA coördineerde de inventarisatie van broedvogels in Limburg. Als belangrijkste soorten werden de kraamvogel, de geelgors, de ijsvogel, buizerd, boomvalk, houtsnip, tortelduif, kleine bonte specht, nachtegaal,s potvogel en braamsluiper aangetroffen. Deze verhogen de avifaunistische waarde van het gebied.

Zoogdieren

Zonder een uitgebreide inventarisatie kan men vaststellen dat de streek een rijke zoogdierenfauna bezit. Vooral de aanwezigheid in de omgeving van Rullingen (een burcht tot 1985) en de steenmarter geven de waarde aan.

Als vliegende indicatoren zijn de kleine vleermuis en de watervleermuis (langs de Herk) trouwe bezoekers van het gebied.

Amfibieen en reptielen

De bruine en groene kikker, de gewone pad, kleine watersalamander en de alpenwatersalamander zijn in het gebied goed vertegenwoordigd. Via een GNOP-project (gemeentelijk natuurlijk ontwikkelingsprogramma) werden in de Meersbeemden 8 poelen aangelegd met de bedoeling de voortplantingsplaatsen te vrijwaren.

 Info :

Stefan Carolus

Conservator

0497-242138