Vallei van de Herk
deelgebied Helshoven
Het visiegebied van de “Bovenloop van de Herk” is
hoofdzakelijk een opeenvolging van deelgebieden gelegen langs de bovenloop van
de rivier de Herk of zijrivieren hiervan. Hoewel dit voornamelijk kleine
reservaten zijn, vormen ze waardevolle gebieden; intrinsiek door hun eigen
actuele of potentiële ecologische en landschappelijke waarde of als
stapsteen- en/of verbindingsgebied voor grotere reservaten in de omgeving:
bijvoorbeeld De Herkvallei (deelgebieden: Grote Beemd en Broekbeemd) (Stichting
Limburgs Landschap) en Mettekoven en Rullingen (ANB).
Het visiegebied van de Spoorwegzaten Zuid-Limburg in
de tweede erkennings aanvraag van 2007 is nog in procedure en bevat de
deelgebieden ‘Helshoven’, ‘Meersbeemden’ en ‘Kuttekoven’. Deze
deelgebieden worden voorgesteld voortaan deel uit te zullen maken van de
“Bovenloop van de Herk”. Bijkomend werd het oorspronkelijk visiegebied voor
deze deelgebieden zeer beperkt gewijzigd, omdat ervoor gekozen wordt om zoveel
mogelijk de kadasterperceelsgrenzen te volgen.
Het deelgebied de ‘Sint-Annavallei’ van dit dossier zal in deze
aanvraag tot erkenning niet opgenomen worden, maar in een ander dossier
behandeld worden. Het visiegebied van het deelgebied ‘Helshoven’ wordt
aangepast aan de huidige ontwikkelingen. Namelijk de reeds aangekochte percelen
bevonden zich gedeeltelijk buiten het visiegebied. Voor de deelgebieden ‘De
Knoppel’, ‘Sassenbroek’, ‘Graft van Sassenbroek’, ‘Warande’ en
‘Molenberg’ wordt een nieuw visiegebied voorgesteld.
Helshoven
Er wordt een uitbreiding van dit visiegebied voorzien
ter hoogte van de Herk. ‘Helshoven’ is een aaneengesloten deels open, deels
halfopen natuurgebied bestaande uit natte weilanden, rietlanden en ruigten,
die voornamelijk zijn aangeplant met populieren.
Motivatie
voor de opname van agrarisch gebieden in het visiegebied:
waardoor ze soms gedeeltelijk liggen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De percelen kunnen echter dienst doen als een buffer bij de overgang van het cultuurrijke naar natuurlijk landschap en maken dus integraal deel uit van het landschap. Deze percelen hebben een marginale landbouwkundige waarde en zijn recent niet meer in gebruik, vermoedelijk vanwege de natte ondergrond.
Flora :
De graslanden in de vallei zijn voornamelijk gelegen op een relatief natte
bodems en in gebruik als een graasweide.
De soortenrijke
graasweide (Hp*), die begraasd wordt door runderen, komen voor in de meer
landschappelijk natuurgebieden ‘De Knoppel’ en ‘Kuttekoven’, in combinatie
met hoogstamboomgaarden. De soortenrijke
cultuurgraslanden (Hu/Kj) in ‘De Knoppel’ zijn minder intensief
gebruikte cultuurlanden met een fraai opgebouwde vegetatie vanwege begrazing.
Hier vinden we soorten zoals Kamgras, Knolboterbloem, Witte Klaver, Gewone
rolklaver en Gewoon biggenkruid. Deze graslanden zijn aangelegd in kader van het
ruilverkavelingsproject Mettekoven (2001) en tonen veel potentie tot het
ontwikkelen van een hooiland met kalkelementen (Huk).
‘Kuttekoven’ vinden we eerder de soortenrijke
graasweiden (Hp*) op een voedselrijke bodem met o.a. Kamgras,
Pinksterbloem, Witte klaver en Scherpe boterbloem.
Zuidelijker in ‘Kuttekoven’ worden er ook verlaten
mesofiele graslanden met boomopslag (Hrb) met wilg, Gewone vlier en
Bramen.
De verruigd raaigrasweide
(Hp) langs de holle weg gelegen, is vermoedelijk de laatste 20 jaar niet
meer bemest. Dit perceel is echter ook erg verruigd. De weide ten zuiden van de
Kapelstraat is echter nog begraasd door paarden en hier wordt er nog Smalle en
Grote weegbree, Madeliefje en Engels raaigras gevonden.
Moerassen
Twee vogelsoorten, de Ijsvogel en Grote gele
kwikstaart, zijn gebonden aan laaglandbeken. De Ijsvogel broedt in
opstaande oevers. Deze soort werd reeds waargenomen in ‘Kuttekoven’
(Rullingenbeek) en in ‘Helshoven’ (Herk). Het biotoop van de Grote gele
kwikstaart bestaat uit waterlopen met veel insecten. Deze soorten werd aangetroffen
in ‘Helshoven’. Ook de Blauwe reiger werd veel vissend waargenomen bij
de waterlopen. De Roerdomp werd slechts éénmaal waargenomen in de rietlanden
van ‘Helshoven’
Reeds eerder werden ook Houtsnip, Waterral, Witgatje
en Waterhoen gesignaleerd.
Tijdens deze vier wetenschappelijk bevissingen werden in totaal de volgende 22 vissoorten waargenomen: Aal, Amerikaanse dwermeerval, Blankvoorn, Rietvoorn, Bittervoorn, Riviergrondel, Karper, Kroeskarper, Giebel, Vetje, Brasem, Zeelt, Winde, Blauwbandgrondel, Kleine modderkruiper, Bermpje, Pos, 10-doornige stekelbaars, 3-doornige stekelbaars, Regenboogforel, Baars en Zonnebaars.
Doelstellingen op
ecosysteemniveau
- De Herk zoveel mogelijk een vrij meanderend karakter krijgt. Dit zal leiden tot een variatie aan stroomsnelheden, oevermorfologie en karakteristieken van de onderwaterbodem. Deze hogere diversiteit aan leefkarakteristieken zorgt voor een hogere biodiversiteit.
De oevermorfologie is bepalend voor de loop van de Herk. Holle oevers kunnen gevormd worden door wortels van bomen. Harde oeververstevigingen zijn enkel noodzakelijk waar het nodig is voor de bescherming van gebouwen en infrastructuur.
- De watervervuiling tegengegaan wordt.
- Er getracht wordt een vrije vismigratie over de gehele waterloop mogelijk te maken. Door de vegetatie worden er op lange termijn vispaaiplaatsen gecreëerd voor eiafzet, zodat stabiele populaties van typische beeksoorten (bijvoorbeeld Kopvoorn, Rivierdonderpad en Serpeling) hier ontwikkelen.
Water- en moeraszonevegetaties langs de hoofdloop van de Herk, maar ook langs haar zijlopen behouden of ontwikkeld worden. Op de natte valleigronden van de alluviale vlakte kunnen er halfnatuurlijke vochtige graslanden en mesofiele graslanden onderscheiden worden, maar ook ruigten en beekbegeleidende alluviale bossen. De graslanden bezitten meestal een menselijke invloed vanwege de talrijke kleine landschapselementen zoals hagen, houtkanten en veedrinkpoelen. Bosgebieden voorkomend op een vochtkarakter van broekbossen tot hoger in de vallei, niet overstroomde percelen, rijkere bossen.